Driekoningen-winterkermis-concert en toneel.
Het is eind oktober 2003 en al behoorlijk fris. Temperatuur,
die je gedachten verplaatsen in de wintermaanden van de jaren 1947- 50.
Repetities en concerten van de fanfare in het zaaltje van café het Witte Paard.
In de volksmond: "bie Marieke van de Frisch". Het zaaltje werd verwarmd door een
manshoge potkachel gestookt met antraciet. Dat was wel nodig want een
temperatuur van 10 tot 20 graden Celsius onder nul was geen uitzondering.
De trombones, tuba’s en baritons zaten het dichtst bij de kachel en hadden het
gauw te warm. Echter het kleine koper en de saxen hadden last van koude voeten.
Pupiters waren van hout gemaakt door timmerbedrijf Soons tegen een
vriendenprijs. De ouderen kunnen zich dit nog wel herinneren, het raamwerk, 80
bij 40 cm vervaardigd van latten, hangend in een houten standaard. Je moest ze
met meerdere muziekanten gebruiken wat moeilijk was voor jongeren die amper
boven de lessenaar uitkwamen. Er werd fanatiek gemusiceerd maar ook wel eens "gevreigeld".
Maar er werd gelukkig vooral ook heel wat afgelachen. De jongeren kregen
muziekles van (Gerard) Sjir Willems, die zelf uitstekend tuba speelde.We moesten
dan een solo instuderen voor het Driekoningen-winterconcert. Dit vond altijd
plaats rond 6 januari met de winterkermis. Het was tevens het octaaf van St.Gerlach
zoals heden ten dage nog steeds gevierd wordt. Alleen was het toen de hele
octaafweek erg druk in Houthem.
De boeren kwamen van heinde en verre met brood om te laten zegenen en gezegend
zand mee te nemen tegen ziekten van het vee. Na de H. Mis werd er in de vele
cafeetjes een glaasje gedronken en in de namiddag werd er gedanst voor vijf cent
per dans om de muziekanten van het orkest te kunnen betalen. Ik heb wel eens
gehoord dat late fuivers, die de pech hadden niet te zijn uitgenodigd door
bevriende Houthemenaren voor vlaai of brood met schink, zelf het gezegende brood
maar opaten van de honger en natuurlijk wel thuis van moeder de vrouw nog een
zegen erbij kregen.Gelukkig was er dan wel nog het gezegende zand voor in de
veestallen.
Het driekoningenconcert en toneel.
Het concert begon al vroeg voor de jeugd met een solo. Mijn
eerste solo was Santé Lucia. De zenuwen gierden door mijn keel. Mijn redding was
de grote houten pupiter waarachter je kon verschuilen en met de steun van Sjir
Willems als onderdirigent ging het gelukkig goed. Er klonk applaus en ik dook
meteen achter de coulissen, waarna iedereen zich afvroeg wie dit was geweest.
Het concert erna was niet al te lang want er moest nog toneel gespeeld worden .
Na twee marsen, een ouverture en een wat zwaarder werk, werd onder luid applaus
de pauze ingelast voor het klaar maken van de bühne. De decors werden opgezet
voor de toneeluitvoering. De zaal lag anders dan na de verbouwing van Het Witte
Paard. Toen was er een bühne onderkeldert als kleedruimte met luik aan de
voorkant om te soufleren. Het soufleren gebeurde op een trapladdertje door het
luik. Was iemand de tekst kwijt, dan werd hem zo hard gecorrigeerd, dat de halve
zaal het kon horen. Sjir Willems en ook naderhand (Hubert) Bér Schoenmakers
hadden de regie. Sjeng Senden Sr. speelde altijd de madam en kon zijn rol
kostelijk spelen evenals Harry Odekerken als de strenge huisvader was prefect in
zijn rol.
Zo speelden ze eens in een voorstukje een duet "Pierre en Trien". Daarna kwam de
hoofd klucht zoals "Cel 13 is vrij" of "De truc van Tinus" welke het publiek in
extase brachten. Het was voor de bezoekers en de artiesten een leuke avond waar
de hele week nog over gepraat werd. Dit gebeuren vond plaats rond 1945- 1953 en
zoals ik het mij herinner. In de volgende Brass-babbel wil ik het hebben over
het carnavalsgebeuren en de boerenblaaskapel van de fanfare.
Hg. Pb.